zaterdag 23 mei 2015

Na een kerker van de ziel

(Aantekeningen vanuit haptonomie bij 'Filosofie van de bewegingswetenschappen' van Jan W.I. Tamboer)

Leestijd ruim 7 minuten

In dit artikel wordt geprobeerd een kader te scheppen voor nader onderzoek in haptonomie op basis van het boek 'Filosofie van de bewegingswetenschappen' van Jan W.I. Tamboer uit 2004. De schrijvers van dit stuk beginnen bij wat lichaam en beweging eigenlijk zijn waarmee elk mens vervolgens tot een 'lichaamsbeweging' komt. In een kerker van de ziel als een metafoor voor de beleving van het lichaam is het voor ieder lastig bewegen. Om uit een gevoelde beperking te komen zijn vanuit een lichaamsbesef verkenningen in de omliggende ruimte nodig door te bewegen. In zo'n proces spelen haptonomie als een wetenschap en daaraan gekoppeld haptotherapie als een praktische methode een belangrijke rol.

Door Corrie Holtman en Leander Tijdhof

Verandering en verplaatsing

Verschillende theorieën over beweging zijn ontstaan uit het ogenschijnlijk simpele feit dat wij onszelf kunnen bewegen. In de geschiedenis is beweging vanuit verschillende zienswijzen benaderd.

In de Griekse oudheid werd beweging gelijkgesteld met verandering binnen een kosmologisch en natuurfilosofisch kader. Die interpretatie van beweging wordt onder andere teruggevonden in de geschriften van de filosofen Plato en Aristoteles. Bij Aristoteles houdt een beweging een verandering in van een potentieel tot een actueel ‘zijn’. Zo zal in zijn veranderingstheorie een eikel tot een eik uit kunnen groeien en zal op een daaraan gelijke manier een kind zich bewegen naar volwassenheid.

Een sprong in de geschiedenis leert ons een ontwikkeling naar een mechanisering van het begrip beweging. Onder invloed van denkers als Galilei en Newton werd in de zestiende en zeventiende eeuw de aloude veranderingstheorie vervangen voor een kunde die te maken had met de verplaatsing van materie. Het is de tijd dat mathematisch-kwantitatieve mechanica het levenslicht zag.

Noch de hier beschreven Aristotelische, noch de Newtoniaanse bewegingsleer hebben volgens Tamboer betrekking op de beweging van mensen. Het gaat steeds om duidingen ten aanzien van veranderingen of verplaatsingen in het algemeen.

Eigen dynamisch lichaam

Beweging wordt in onze tijd veelal gekoppeld aan ons lichaam. En het lichaam mag zich verheugen in een grote belangstelling van psychologen, agogen, sociologen, antropologen en zo meer. Dat wij beweging koppelen aan ons lichaam is historisch gezien, we beschreven het hiervoor, allesbehalve vanzelfsprekend. In de westerse cultuur was en is er immers feitelijk sprake van een monddood-verklaring van ons lichaam.

Sprak Plato in de Griekse oudheid al over ons lichaam als een ‘kerker der ziel’; zo werd in latere tijden ons lichaam beschouwd als een machine of een instrument. Het zijn voortrekkers als Freud, Marx en Nietzsche die een tegenbeweging ten aanzien ten aanzien van de monddood-verklaring lanceerden.

In het verlengde van deze voortrekkers en aanverwante wetenschappers leren (hapto-)therapeuten in onze tijd aan hun cliënten om het eigen lichaam te zien als een verschijnsel dat henzelf bevat en omvat. Er lijkt een menselijk relationeel lichaamsbeeld bij te passen. Daarbij staat in de bewegingsleer geen objectmatigheid maar intentionaliteit en de mogelijkheid tot het handelen van het lichaam centraal. In dat beeld is ons lichaam niet langer monddood en kent het een eigen dynamiek.

Een instrumentele benadering

Behalve vanuit haptotherapie klinkt ook uit onder andere de sportwereld, fysiotherapie, psychomotorische therapie, dans, het bewegingsonderwijs en de revalidatie steeds een roep om wetenschappelijke ondersteuning. Die roep lijkt nog een fluistering in een vergelijking met de schreeuw om wetenschappelijke onderbouwing bij alles wat we in deze tijd in onze samenleving dagelijks doen.

Tamboer haalt in zijn werk aan dat bewegingswetenschappen een waarheidszoekende en oriënterende functie hebben. Het gaat dan enerzijds om het doen aan theoretisch-empirisch onderzoek en het doen van onderzoek als wat een richtinggevende bijdrage wordt genoemd. Zo’n bijdrage zou hier kunnen bestaan uit een ogenschijnlijk simpele vaststelling dat niets van wat wij denken te zien alles kan bevatten. Onze werkelijkheden horen immers tot subjectieve belevingen die ook in haptonomie onderzocht worden.

Ook wijst Tamboer op de mogelijkheid van integrale benaderingen van onderzoek voor wetenschappelijke ondersteuning die een wijsgerige inslag hebben. In deze benaderingen staat de fenomenologie van houding en beweging centraal. Juist in dat gebied van onderzoek heeft en houdt haptonomie als een wetenschap veel te melden. De fenomenologie is daarmee een uitgangspunt van de praktisch georiënteerde haptotherapie.

De haptotherapie is gestoeld op ondervinding. Op basis daarvan geeft een cliënt een eigen betekenis aan een doel of klacht waarmee inzicht in zichzelf kan ontstaan. Het handelen opgevat als enkel een vorm van ingrijpen, zoals vaak gebeurt in de sport, is ook volgens Tamboer te beperkt. De handelende mens verwerkelijkt immers zijn betekenisrelaties. Een verwerkelijking ervan is behalve gebaseerd op ingrijpen eveneens gebaseerd op het ondervinden en inzicht.

Vanuit haptonomie en haptotherapie weten we dat de manier waarop wij omgaan met de omgeving vaak niet direct verloopt. Een zwemmer zal direct contact maken met water om te kunnen zwemmen maar een roeier zal roeispanen gebruiken om contact met het water te krijgen. De laatste indirecte wijze tot het maken van contact met zeker een deel van de omgeving zien we ook in sporten als hockey en tennis.

Door een middel als bijvoorbeeld een hockeystick te gebruiken maken we onze armslag in de ruimte groter. Sporters, maar ook anderen, worden zich pijnlijk bewust wanneer er met hulpmiddelen niet goed wordt omgegaan.

Los van de gevolgen die daaruit kunnen voortvloeien, en vanuit haptonomie bestudeerd kunnen worden, kan worden gesteld dat een toenemend gebruik van hulpmiddelen in onze geschiedenis er mede toe heeft geleid dat het lichaam opgevat werd als een wat ingewikkeld instrument. Door het gebruik van - veel - hulpmiddelen blijft ook in de huidige cultuur deze instrumentele benadering van het lichaam bestaan.

Begrijpen in verbinding

Volgens Tamboer wordt een verschijnsel een bewegingshandeling als aan drie voorwaarden wordt voldaan die in een onderlinge samenhang staan. Een eerste voorwaarde voor zo’n handeling is dat de intentie moet bestaan om te verplaatsen. Voor de verplaatsing moeten als een tweede voorwaarde relevante termen bestaan (zoals ‘rollen’ met iets of ‘klimmen’ in iets). Een derde voorwaarde voor een bewegingshandeling is een indicatie van een tijd-ruimte-verhouding (bijvoorbeeld langzaam, snel, omhoog of omlaag). Binnen onze handelingen maken deze voorwaarden de bewegingshandelingen een te onderscheiden verschijnsel.

De bewegingshandelingen maken, zo haalt Tamboer aan, deel uit van een bewegingscultuur. Daarvan zijn de maatstaven, zoals binnen elke vorm van cultuur, veranderlijk.

Uit deze uiteenzetting volgt dat bewegingswetenschappen handelingstheoretisch van aard zijn. Daarmee zijn ze primair hermeneutisch (interpretatief) en kunnen secundair een empirisch-analytische component in zich dragen. Methoden bij het verzamelen van gegevens zijn in de empirisch-analytische component meestal het doen van experimenten en het houden van enquêtes.

Als een aanvulling op het werk van Tamboer willen we binnen het hermeneutische kader van onderzoek een prominente rol aanstippen van het ‘verstehen’; dat verstaan in de zin van begrijpen betekent. Meer nog dan prominent is het dat zonder ‘verstehen’, een term ontleend aan het Duits, de haptonomie nooit van de grond was gekomen. Juist in deze tijd van een instrumentele benadering van ons lichaam verdient een ‘verstehen’ van de dingen in en om ons een hernieuwd onderzoek. Alleen zo wordt het fenomeen gehoord en doorgevoeld.

Vanuit de haptonomie gezien is het belangrijk niet alleen het menselijk bewegen te beschouwen als een vorm van handelen. Ook een verbondenheid tussen de mens en zijn wereld verdient het om uitgebreid te worden beschreven - zoals onder andere door de grondlegger van de haptonomie Frans Veldman (1921 - 2010) is gedaan. In die verbondenheid tussen de mens en de wereld uiten zich immers enigszins herkenbaar onze gevoelens. Wetenschappers van verschillende disciplines kunnen meewerken aan een wat Tamboer ‘action approach’ van onderzoek noemt.

Een sportief begrip

Eerder in dit artikel schreven we al over sport. Niet alleen omdat bewegingswetenschappers er dol op lijken en sport en haptonomie onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. Ook omdat sport zich uitstekend leent voor voorbeelden en metaforen.

Tamboer vestigt in zijn boek enige aandacht op de sportfilosofie. In zijn hertaling van deze filosofische vorm staan in de sport onder andere waarden en normen centraal die te maken hebben met ‘fair play’. Een onderdeel ervan is ‘terminal value’ waarmee de waarde wordt aangeduid van gelijke rechten en kansen van iedereen. Met ’terminal value’ wordt een utopische situatie geschetst. Want voor deelname aan sport op een nationaal of internationaal niveau bijvoorbeeld bestaan nog altijd grote financiële, sociaal-economische en politieke barrières.

In het kunnen begrijpen van elkaar huist, binnen en buiten haptonomie en haptotherapie, onze sportiviteit. Kunnen maakt hier willen tot een voorwaarde. Willen begrijpen veronderstelt een keuze van een raamwerk tot een leren. Laat ons artikel een belangrijke verkenning voor een raamwerk tot een hernieuwd leren begrijpen binnen en buiten haptonomie en haptotherapie zijn.

Literatuur

Dr. J.W.I. Tamboer, 'Filosofie van de bewegingswetenschappen', Elsevier gezondheidszorg, 2004.

Over Jan W.I. Tamboer

Dr. Jan W.I. Tamboer (1944) is verbonden aan de Faculteit der Bewegingswetenschappen van de Vrije Universiteit in Amsterdam. Zijn onderwijs en onderzoek gaan over theorie en geschiedenis van de bewegingswetenschappen en de sportfilosofie.

Annotatie

Corrie P. Holtman en drs. Leander P. Tijdhof, 'Na een kerker van de ziel', http://www.haptonomie-haptotherapie.com/2015/05/na-een-kerker-van-de-ziel.html, Nieuwsbrief Praktijk Leander Tijdhof (23 mei 2015).